Brusselse praktijk voor holistisch lichaamswerk en complementaire zorg

Author picture

Ik ben Els Meulemans, Shiatsu- en Do-In-beoefenaar in Brussel. Na twintig jaar in internationaal management — als bruggenbouwer, diagnosticus en changemaker — maakte ik de overstap naar Shiatsu en holistisch lichaamswerk. Hierin combineer ik mijn professionele ervaring met een levenslange passie voor energie en bewuste aanraking.
Met Bodhiwhispers creëer ik een veilige, holistische ruimte waarin lichaam, geest en ziel in harmonie samenkomen. Via mijn schrijven en mijn praktijk streef ik ernaar om flow te creëren, harten te verstillen en mijn medemensen te ondersteunen in het herstellen van de verbinding met hun ware zelf.

Het lichaam als kompas: Somatische empathie & resonantie

Abstract sand ripple patterns representing somatic empathy and resonance in shiatsu practice.

Resonantie in beeld: de innerlijke onderstroom zichtbaar gemaakt

Een persoonlijke beschouwing bij Another Self — How your body helps you understand others (Cindy Engel, 2024)

Binnen het energetisch lichaamswerk, zoals shiatsu, doen zich regelmatig ervaringen voor die zich moeilijk laten verklaren binnen een puur rationeel kader. Het gaat om momenten die noch tastbaar zijn, noch onmiddellijk in woorden te vatten.

Of je nu als student je eerste stappen zet of al jarenlang een ervaren shiatsu-beoefenaar bent: je doorloopt onvermijdelijk fasen van onzekerheid waarin de ratio tekortschiet.

In de praktijk nemen deze fenomenen bij elke beoefenaar een andere vorm aan. Sommigen zijn visueel ingesteld en zien beelden of kleuren tijdens het geven van een sessie. Anderen ervaren emoties of pijnlijke zones van de cliënt fysiek in hun eigen lichaam. Weer anderen “weten” eenvoudigweg wat nodig is, zonder duidelijke innerlijke signalen.

Omdat het rationele denken hier minder grip op heeft, kan deze vorm van lichamelijke waarneming verwarrend of zelfs beangstigend zijn.

Dit roept vroeg of laat fundamentele vragen op: “Wat is van mij, en wat van de ander? Waar eindigt mijn ervaring en waar begint die van de cliënt?”

Cindy Engel, doctor in de biologie en shiatsubeoefenaar, combineert wetenschappelijk onderzoek met klinische ervaring. Als specialist in empathie en gedrag bij mens en dier introduceert zij de term somatische empathie, die zij definieert als:

“Somatic empathy: experiencing what other people feel while being aware that this vicarious state is produced by someone else.” (p.11)

Haar boek biedt een nuchtere, biologische benadering van deze fenomenen. Voor mij riep dit meteen herinneringen op aan mijn eigen beginjaren in het energetisch lichaamswerk.

Meedeinen op de onderstroom

Ruim twintig jaar geleden, na een ingrijpende levensgebeurtenis, veranderde mijn waarneming van anderen merkbaar. Het was alsof er een interne verschuiving plaatsvond.

Ik raakte in die tijd steeds meer geïnteresseerd in lichaamswerk. Tijdens mijn reizen kwam ik in contact met uiteenlopende culturen en ontmoette ik beoefenaars van dans, Japanse krijgskunsten en andere lichaamsgerichte disciplines, evenals mensen die sterk afgestemd waren op subtiele waarneming.

Gaandeweg ontstond het gevoel dat interacties niet alleen fysiek of emotioneel verlopen, maar ook een subtielere vorm van afstemming kunnen bevatten.

Met een knipoog naar mijn achtergrond als handelsingenieur begon ik deze ervaringen te beschrijven als golfpatronen met variërende intensiteit en ritme.

Elke ontmoeting leek een eigen kwaliteit te hebben: soms zacht en snel, dan weer krachtig en traag.

Het was alsof ik me in een dynamisch veld bevond waarin mijn lichaam als het ware mee resoneerde met de ander, zonder dat dit bewust gestuurd werd.

Wat me in die periode houvast gaf, was de eenvoudige vraag van de ander: “Voel je dit ook?”

Mijn antwoord was als vanzelf ja — hoewel ik toen nog nauwelijks begreep wat er precies gebeurde, laat staan dat ik het kon verwoorden.

Precies daarom vond ik het werk van bioloog Cindy Engel zo verhelderend: het helpt om een tipje van de sluier op te lichten door een biologisch kader te bieden voor ervaringen die vaak als vaag of ongrijpbaar worden beschouwd. Het geeft een bedding aan wat we voelen, zonder de verwondering weg te nemen.

Het lichaam als 3D-simulator

De bioloog Cindy Engel stelt voor om het lichaam te begrijpen als een soort interne simulator:

“You can consider your body a 3D simulator of anything and everything that you give your attention to. Attention of any kind — even thinking about someone — will produce in you embodied simulations of them.” (p.156)

Op deze manier kunnen we een ander niet alleen verstandelijk begrijpen, maar ook werkelijk empathie of compassie ervaren. We simuleren als het ware de processen van de ander in ons eigen lichaam.

Zie je bijvoorbeeld iemand lachen? Dan ontstaat er onbewust een subtiele, nauwelijks merkbare gelijkaardige lach bij jezelf. Vervolgens raadpleeg je als het ware een interne ‘database’ van eerdere ervaringen: wat doet deze fysieke gewaarwording met mij? Je voelt dat dit prettig is, dat het je blij maakt — en concludeert dat de kans groot is dat de ander iets gelijkaardigs voelt.

Dit proces speelt een belangrijke rol in sociale afstemming en empathie. Tegelijkertijd schuilt hierin ook een uitdaging. De interne simulator maakt gebruik van dezelfde mechanismen als onze eigen, persoonlijke beleving — bijvoorbeeld wanneer wij zelf moeten lachen om iets. Dat is precies wat het soms verwarrend maakt.

Het werk van Engel helpt ons verklaren waarom het voor ons als beoefenaars niet altijd evident is om te onderscheiden wat van onszelf is en wat ontstaat doordat we de ander intern simuleren.

Persoonlijke reflectie uit mijn opleiding

Tijdens mijn eindexamen shiatsu ontving ik een sessie van mijn examenpartner, waarna zij haar bevindingen presenteerde aan de jury en medestudenten.

Voor het eerst hoorde ik iemand met opmerkelijke precisie verwoorden wat ik op verschillende momenten in mijn lichaam had gevoeld als subtiele energetische patronen.

Deze gebeurtenis doorbrak het idee dat dergelijke lichamelijke waarnemingen moeilijk onder woorden te brengen zouden zijn. Het werd duidelijk dat subtiele resonantie niet alleen ervaren kan worden, maar ook gedeeld en verwoord.

Dit inzicht vormde een betekenisvolle afronding van mijn shiatsu-opleiding en gaf mij bovendien vertrouwen in het gebruik en de waarde van dit soort waarneming.

Inspiratie voor de praktijk

In dit onderdeel deel ik inzichten uit het werk van Cindy Engel, aangevuld met mijn eigen ervaringen als lichaamswerker. Ik bespreek vijf kernpunten die helpen subtiele lichamelijke resonantie, aandacht en empathie bewust in te zetten tijdens het geven van sessies, terwijl we ons eigen systeem beschermen en reguleren.

1. Het belang van je eigen referentiepunt

Om onderscheid te kunnen maken tussen eigen gewaarwording en resonantie met de ander, is het belangrijk om je eigen baseline te kennen.

“If you are not aware of your ‘normal’ internal sensations, you cannot notice any change in them when you interact with other people.” (p.232)

2. De kwaliteit van aandacht

Wanneer we in contact komen met de last die op de schouders van een cliënt rust, is niet alleen empathie van belang, maar vooral de manier waarop we onze aandacht richten.

De bioloog Cindy Engel benadrukt dat aandacht rechtstreeks invloed heeft op onze innerlijke beleving:

“Tell me to whom you pay attention, and I will tell you how you are feeling.” (p.156)

Met andere woorden: waar we onze aandacht op richten, begint zich ook in ons lichaam te organiseren.

Voor ons als lichaamswerkers betekent dit dat we bewust leren omgaan met de duur en intensiteit van onze afstemming. Die afstemming is essentieel voor begrip en resonantie, maar vraagt tegelijk om begrenzing.

Engel wijst erop dat niet empathie op zich belastend is, maar de kwaliteit en gerichtheid van onze aandacht:

“[…] it is the quality of attention — rather than empathy per se — that requires reducing […]” (p.202)

Wanneer we daarenboven blijven hangen in het innerlijk herhalen of ‘meedragen’ van de toestand van de ander, kan dit ons eigen systeem belasten. Via processen van belichaamde simulatie blijft die ervaring dan als het ware intern actief.

Daarom is het helpend om na een moment van diepe afstemming ook bewust terug te keren naar onszelf en onze aandacht te verleggen:

“Avoid, if you can, obsessing, ruminating on […] harmful states.” (p.207)

Voor de praktijk betekent dit dat we leren bewegen tussen nabijheid en afstand: aanwezig zijn bij de ervaring van de ander, terwijl we de duur, kwaliteit en gerichtheid van onze aandacht afstemmen op wat nodig is voor de cliënt en haalbaar voor onszelf.

3. Herstel en co-regulatie

Wanneer je je na het geven van een sessie overbelast voelt, kunnen beweging, diepe buikademhaling en contact met de natuur helpen om het systeem te reguleren. Dit doet me denken aan lichaamsgerichte methodes zoals TRE (Tension and Trauma Releasing Exercises), waarbij spanning letterlijk uit het lichaam wordt getrild.

Engel benadrukt ook dat momenten waarin een cliënt op een diep belichaamd niveau wordt begrepen, vaak als bijzonder betekenisvol door de cliënt zelf worden ervaren. Deze vorm van resonantie kan een belangrijke rol spelen in het helingsproces.

Daarnaast kunnen we via co-regulatie als lichaamswerker een regulerend effect ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan hoe een spontane geeuw van een docent in een groep yogabeoefenaars een collectieve ontspanning kan uitlokken.

4. Over interpretatie van ervaring

Soms kunnen we als lichaamswerker de indruk hebben dat er energie aan ons wordt onttrokken, of dat we als het ware “negatieve” energie binnenkrijgen. Engel stelt (p.210) voor om dit soort belevingen te herkaderen als een natuurlijk proces van interne simulatie van de ander, wat ons helpt om die ander beter te begrijpen.

In plaats van een beschermende muur of een mentaal schild op te trekken — strategieën die vaak vanuit angst ontstaan — kunnen we volgens haar evolueren naar een houding van detached compassion (p.209), een begrip dat zijn oorsprong vindt in het boeddhisme.

Voor mij roept dit het beeld op van een verschuiving van het optrekken van grenzen naar een vorm van innerlijke transparantie: aanwezig blijven zonder ons af te sluiten en zonder ons te veel te identificeren met de ervaring van de ander. Dit vraagt een hoge mate van emotionele rijpheid en innerlijke integratie, waarbij de thema’s van anderen ons minder snel uit balans brengen.

5. Over invloed en aanwezigheid

Engel stelt dat wat we voelen en denken niet volledig losstaat van onze interactie met anderen:

“What we feel and think is not a totally private experience. Our existence — our presence — has an impact on those we interact with.” (p.227)

Het is van groot belang dat wij als energetisch lichaamswerkers zorgvuldig omgaan met onze gedachten en emoties, en onze focus en intentie helder bewaken tijdens sessies.

In dat verband denk ik aan een persoonlijk voorval tijdens de Covid-periode. Op een sombere dag bevond ik mij in de nabijheid van een kind, terwijl dezelfde gedachte over hoe zwaar mijn leven op dat moment aanvoelde zich in mij bleef herhalen. Het kind was intussen volledig verdiept in het tekenen, in een toestand van geconcentreerde aanwezigheid.

Plots keek het mij aan met een open, nieuwsgierige blik en herhaalde mijn zin letterlijk, terwijl het om uitleg vroeg. Verrast door deze onverwachte spiegeling reageerde ik met eenvoudige, oprechte eerlijkheid. Het kind leek na mijn antwoord zichtbaar tevreden, haalde opgelucht adem en ging daarna rustig en geconcentreerd verder met tekenen.

Sinds die dag ben ik me in de omgang met kinderen veel bewuster geworden van mijn eigen mentale toestand. Deze ervaring heeft mijn begrip van wat ik “mentale hygiëne” zou willen noemen verdiept, en doet me ook nadenken over de relevantie hiervan in het werken met cliënten: onze innerlijke staat kan op een subtiele maar reële manier invloed uitoefenen op de kwaliteit van het contact en de afstemming tijdens een sessie.

In die zin blijft het belangrijk dat beoefenaars regelmatig zelf lichaamswerk ontvangen, zodat het directe besef levend blijft hoezeer de eigen innerlijke staat mee de ervaring en het effect van een sessie kleurt.

Toegang tot het ervaringsnetwerk in dromen

Het boek van Cindy Engel is voornamelijk gebaseerd op onderzoek naar concrete interacties tussen mensen, ook in contexten waarin geen fysiek contact nodig is, maar er wel sprake is van directe wederzijdse betrokkenheid. Dat roept de vraag op in hoeverre haar inzichten ook standhouden in situaties waarin die directe interactie ontbreekt.

Met andere woorden: reikt deze vorm van lichamelijke resonantie, als interne simulatie van de ander, verder dan de ontmoeting met een concrete ander?

Deze vraag verlegt de focus van interactie naar toegang. Het gaat niet alleen om hoe we ons tot een ander verhouden, maar ook om welke vormen van ervaring en informatie beschikbaar zijn in verschillende bewustzijnstoestanden.

In dat kader rijst de vraag of dromen kunnen functioneren als een ander toegangspunt tot een ervaringsnetwerk dat in het wakkere bewustzijn minder direct toegankelijk is.

In droomervaringen valt daarbij op dat informatie zich vaak niet in abstracte of lineaire vorm aandient, maar via beelden, symbolen en associaties. Vooral elementen uit de natuur — dieren, planten, insecten of landschappen — lijken hierin een uitgesproken rol te spelen.

Zelf ervaar ik dit als een vorm van betekenisvorming die niet in eerste instantie cognitief verloopt, maar eerder via directe beleving en symbolische resonantie. In wakkere toestand wordt deze “informatie” pas toegankelijk via reflectie, interpretatie of associatie achteraf.

Rupert Sheldrake biedt hiervoor een intrigerende — maar binnen de wetenschappelijke gemeenschap niet algemeen aanvaarde — hypothese met zijn theorie van morfische velden. Volgens dit idee zouden levende systemen via resonantie beïnvloed worden door eerdere patronen, zoals gedragingen, structuren of ervaringen die in soortgelijke systemen in het verleden hebben plaatsgevonden.

Ik zie ook een link met Peter A. Levine, die verwoordde hoe ingrijpende levensgebeurtenissen een verschuiving in beleving kunnen openen wanneer ze niet alleen cognitief begrepen, maar ook lichamelijk geïntegreerd worden:

“Trauma is a fact of life. It does not, however, have to be a life sentence. (…) Trauma is hell on earth. Trauma resolved is a gift from the gods.”

Uit praktijkervaringen en observaties in lichaamswerk en traumaverwerking — zoals beschreven door Peter Levine en Bessel van der Kolk — blijkt dat een veranderde belichaamde ervaring vaak samengaat met een verfijnd vermogen tot afstemming en waarneming, waardoor bepaalde vormen van symbolische en ervaringsmatige informatie beter toegankelijk lijken.

Point mort: momenten van stilstand en helderheid

Ik geloof dat wij mensen momenten kunnen ervaren waarin iets van een “onmiddellijk weten” voelbaar wordt: een toestand waarin afstand, tijd en klassieke communicatie tijdelijk lijken weg te vallen, en waarin informatie niet langer als een lineair proces wordt ervaren.

Wat hiervoor nodig lijkt, is een diep gevoel van verbinding, betrokkenheid, oprechte interesse en gefocuste aandacht. Opvallend genoeg beschrijft Cindy Engel dit als precies de voorwaarden die essentieel zijn voor somatische empathie. Onder zulke omstandigheden kan het lijken alsof wat in mij leeft ook in de ander aanwezig is — en soms zelfs ruimer dan dat, als een gedeeld veld van ervaring.

Het concept van point mort helpt mij dit soort momenten te beschrijven. Mensen met een bijna-doodervaring rapporteren vaak een overgang waarin het bewustzijn lijkt te verschuiven naar een bepaald nulpunt. Ik gebruik hiervoor graag de metafoor van een auto in point mort: het voertuig beweegt niet vooruit of achteruit, terwijl de motor in een vrije toestand blijft draaien. Op dat nulpunt verdwijnt richting tijdelijk, en kan een ervaring ontstaan waarin denken stilvalt.

Een persoonlijke herinnering die mij is bijgebleven, is een sessie waarin een energetisch lichaamswerker zich sterk richtte op een specifieke visualisatie in mijn lichaam. Tijdens het werk kwam ik in een meditatieve toestand waarin het denken volledig stilviel, en waarin ik hetzelfde krachtige beeld waarnam als een vorm van onmiddellijk weten. Bij de nabespreking bleek dit exact overeen te komen met de visualisatie die bewust was ingezet en die hij me nadien in zijn naslagwerk toonde.

Wat ik hier point mort noem, blijft in essentie een persoonlijke metafoor voor een bepaalde kwaliteit van bewustzijn. Tegelijk roept het associaties op met filosofische modellen uit de fysica, zoals de impliciete orde van David Bohm, waarin de werkelijkheid wordt opgevat als een onderliggende samenhang van relaties in plaats van een verzameling gescheiden entiteiten.

Ook in de kwantumfysica wordt in sommige contexten gesproken over niet-lokale correlaties, zoals bij kwantumverstrengeling. Albert Einstein verwees hier kritisch naar als “spooky action at a distance”, waarmee hij zijn ongemak uitdrukte over het idee dat natuurverschijnselen zich niet volledig laten beschrijven binnen klassieke begrippen van ruimte en causaliteit.

De metafoor van point mort, zoals ik die hanteer, houdt mogelijks verband met een toestand tussen stilstand en potentieel. Losjes kan dit worden vergeleken met zero-point energy, een theoretische minimale energie die volgens de kwantummechanica inherent is aan alle systemen, zoals ontdekt door Planck, Einstein en anderen. Binnen bepaalde filosofische reflecties wordt dit gezien als een grensgebied tussen leegte en mogelijkheid.

In deze tekst gebruik ik dergelijke concepten niet als verklaringsmodellen, maar als taal om mijn ervaring te benaderen: niet als bewijs voor een mechanisme, maar als een reeks mogelijke metaforen voor een vorm van verbondenheid die zich niet via afstand of lineaire overdracht laat beschrijven.

Slotgedachte: verbondenheid en zorg voor het geheel

In haar slotgedachte benadrukt Cindy Engel dat we ons als mens niet volledig kunnen afschermen van het lijden van anderen. Ze vraagt hoe een samenleving die sterk op competitie en individuele winst is gericht — waarin slechts een beperkte groep floreert terwijl anderen achterblijven — zich verhoudt tot het kwaliteit van het gedeelde veld waarin we samen leven.

Wanneer groepen mensen, dieren of andere levende systemen onder druk staan of lijden, lijkt dit subtiel maar reëel mee te resoneren in hoe wij onszelf en onze wereld belichamen, vaak buiten ons directe bewustzijn. Via somatische empathie en belichaamde simulatie maken we in zekere zin deel uit van elkaars innerlijke en relationele werkelijkheid.

Vanuit dit perspectief groeit Engels hoop dat het erkennen van onze fundamentele onderlinge verbondenheid kan bijdragen aan een meer zorgzame manier van samenleven. Een samenleving waarin het welzijn van het geheel — van mens, dier en ecosysteem — een centrale plaats krijgt in hoe we denken, handelen en samen bestaan.

© Bodhiwhispers. Teksten mogen enkel gedeeld worden via een directe link naar deze pagina.