Deze website-versie is een door de auteur uitgebreide en grondig herziene editie van het artikel dat oorspronkelijk verscheen in het Shiatsu Society Journal (lente 2026). In deze versie is onder meer een nieuw conceptueel klinisch model toegevoegd.
Introductie
Toen ik mijn Shiatsu-opleiding begon, bleek het waarnemen van energie soms moeilijk te duiden. Hoe kan men iets ervaren dat niet zichtbaar of fysiek vast te grijpen is?
Een uitspraak van Gabrielle Roth, oprichtster van de 5Rhythms-beweging, werd voor mij een bron van inspiratie:
“Energy moves in waves. Waves move in patterns. Patterns move in rhythms. A human being is just that: energy, waves, patterns, rhythms. Nothing more. Nothing less… A dance.”
(1989)
Hoe stroomt energie door het lichaam? Welke verborgen paden verbinden lichaam en geest?
Dit eerste deel neemt de lezer mee op een fascinerende ontdekkingsreis langs de acht Buitengewone Meridianen (Qi Jing Ba Mai, 奇經八脈) — ook wel wondermeridianen genoemd. We verkennen hun historische wortels en theoretische grondslagen, van de vroegste klassieke teksten tot de diepe alchemistische tradities.
Op basis van dit fundament introduceer ik een conceptueel klinisch model: een heuristisch driefasenmodel dat fungeert als werk- en reflectiekader voor de moderne Shiatsu-beoefenaar. Hoewel dit model zich nog in een verkennende fase bevindt, biedt het een heldere methodiek om de diepe, vaak abstracte werking van deze meridianen te vertalen naar de dagelijkse realiteit van de Shiatsu-praktijk.
Dit is echter slechts de eerste stap. In het tweede deel van dit artikel brengen we deze theoretische bouwstenen tot leven in een evocatieve ‘Dans van Qi’, waarin de Buitengewone Meridianen hun choreografie onthullen en energie tastbaar wordt.
1. Historische en theoretische grondslagen van de Buitengewone Meridianen
1.1 De lange reis van de Buitengewone Meridianen: een historisch overzicht
De Buitengewone Meridianen worden vermeld in de Huangdi Neijing (De Innerlijke Klassieker van de Gele Keizer), samengesteld tussen ongeveer de tweede eeuw v.Chr. en de tweede eeuw n.Chr. Binnen dit corpus biedt de Suwen (Basisvragen) de theoretische grondslagen, terwijl de Ling Shu (Spirituele Spil) praktische richtlijnen geeft over meridianen en acupunctuurpunten.
Deze teksten bevatten echter eerder vroege verwijzingen dan een uitgewerkte theorie van de Buitengewone Meridianen. Later verduidelijkte de Nan Jing (Klassieker van Moeilijke Vraagstukken), traditioneel gedateerd in de eerste of tweede eeuw n.Chr., deze vaak cryptische passages, met name door de relaties tussen meridianen, Qi en diagnostische patronen te systematiseren.
Parallel hieraan ontwikkelde zich de taoïstische externe alchemie (Waidan), die een kosmologisch en energetisch kader vastlegde dat later de basis vormde voor de interne alchemie (Neidan). Vanaf ongeveer de tiende eeuw werkte Neidan de Buitengewone Meridianen verder uit als diepe kanalen die lichaam en geest verbinden. Deze visie wordt duidelijk geïllustreerd in de prachtige afbeelding van de Neijing Tu (Diagram van de Innerlijke Klassieker). Hoewel de bekendste versie van dit diagram uit de 19e eeuw dateert, vormt het een visuele synthese van vroege klassieke Neidan-concepten van interne energiecirculatie, waarin verschillende Buitengewone Meridianen symbolisch worden weergegeven via hun trajecten en onderlinge verbindingen.

Tijdens de Ming-dynastie systematiseerde Li Shizhen deze inzichten in zijn Qi Jing Ba Mai Kao (Studie van de Acht Buitengewone Meridianen). Kort daarna versterkte de Zhenjiu Dacheng (Grote Compendium van Acupunctuur en Moxibustie, 1601) de positie van de Buitengewone Meridianen binnen het meridiaanstelsel verder.
1.2 De Buitengewone Meridianen: diepe reservoirs van Qi
Binnen de klassieke Chinese medische theorie functioneren de acht Buitengewone Meridianen als diepe reservoirs of ‘meren’ van Qi, nauw verbonden met Jing. Ze absorberen en herverdelen tekorten of overschotten die ontstaan in de stromende rivieren van de twaalf primaire meridianen, en behouden zo de balans in het gehele energetische systeem.
Ze beschikken niet over een eigen onafhankelijk netwerk van acupunten, met uitzondering van de Ren Mai en Du Mai, die wel hun eigen punten hebben. In plaats daarvan worden ze benaderd via openingspunten die zich op de primaire meridianen bevinden.
Hoewel klassieke teksten vaak een eenrichtingsstroom beschrijven, gaat men in de klinische en ervaringsgerichte praktijk ervan uit dat Qi binnen deze diepe kanalen in beide richtingen kan bewegen, afhankelijk van de benodigde regulatie.
Klassieke bronnen verbinden de Buitengewone Meridianen met de Buitengewone Fu (Curieuze Organen) en met belangrijke levensfasen zoals groei, volwassenwording en veroudering. Ze worden ook gezien als ondersteunend voor de constitutionele laag: het onderliggende patroon dat mede bepaalt hoe iemand functioneert, reageert en herstelt.
1.3 Het ontvouwende lichaam: Buitengewone Meridianen als blauwdruk vanaf de conceptie
Binnen de klassieke Chinese medische embryologie zijn de Buitengewone Meridianen de eerste energetische structuren die zich vormen tijdens de conceptie en de embryonale ontwikkeling. Ze ontstaan vóór de twaalf primaire meridianen en leggen een blauwdruk vast die de groei en ontwikkeling ondersteunt.
Hoewel er geen universele volgorde bestaat in alle klassieke teksten, is de meest algemeen aanvaarde traditionele volgorde — volgens bronnen zoals de Nan Jing, Ling Shu en klassieke embryologische modellen — als volgt.
De eerste meridiaan die ontstaat is de Chong Mai, de centrale as van het embryo. Deze ontstaat uit de gecombineerde Essentie van beide ouders en vormt de ‘Zee van Bloed en Meridianen’, waaruit alle andere meridianen voortkomen.
Vanuit de Chong Mai ontwikkelt de Ren Mai zich als de voorste middenlijn, die het Yin, de belichaming en de voortplanting reguleert. De Du Mai vormt de achterste middenlijn en ondersteunt het Yang, de richtinggeving en het zenuwstelsel. Samen vormen deze drie de fundamentele structuur van het lichaam.
Vervolgens ontstaat de Dai Mai als de enige horizontale meridiaan, die het boven- en onderlichaam verbindt en stabiliseert. Daarna volgen de Yin Qiao Mai en Yang Qiao Mai, die beweging, balans en oogfunctie reguleren, en ten slotte de Yin Wei Mai en Yang Wei Mai, die alle meridianen met elkaar verbinden en het volledige energetische systeem integreren.
Op deze manier vormen de Buitengewone Meridianen een verfijnd netwerk: kernlijnen voor groei, een horizontale stabiliserende as, dynamische paden voor balans en verbindende lijnen voor samenhang. Ze tonen hoe het lichaam energetisch georganiseerd is in een vroeg stadium, nog voordat fysieke structuren volledig gevormd zijn, en bieden inzicht in de subtiele maar essentiële lagen van menselijke ontwikkeling.
1.4 De Buitengewone Meridianen in de Shiatsu-praktijk
In de Shiatsu-praktijk worden de Buitengewone Meridianen vaak aangesproken wanneer een energetisch patroon dieper ligt dan wat direct via de primaire meridianen beïnvloed kan worden, en wanneer dus regulatie op een fundamenteler niveau nodig is.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn tijdens hormonale overgangen (zoals puberteit of menopauze), bij het werken aan veerkracht of zintuiglijke helderheid, of wanneer er gezocht wordt naar een grotere harmonie tussen lichaam en geest.
De acht Buitengewone Meridianen kunnen op verschillende manieren gestimuleerd worden. Acupunctuur en Shiatsu, net zoals Tui Na, werken via specifieke openings-, koppel- en kruispunten van meridianen. Zo is SP4 (Gongsun — ‘Grootvader-Kleinzoon’) het openingspunt van de Chong Mai. Terwijl acupunctuur zich richt op naaldvoering, werken manuele vormen zoals Shiatsu bijkomend met zachte druk, mobilisaties en stretches om blokkades op te heffen, en tekorten of overschotten in de primaire meridianen in balans te brengen.
Energetische praktijken zoals Qi Gong, Neigong en Daoyin activeren deze meridianen via ademhaling, beweging en visualisatie, en ondersteunen zo de zelfregulatie van Qi.
Of het nu via fysieke aanraking of bewuste beoefening is: de Buitengewone Meridianen fungeren als een overkoepelend energetisch coördinatiesysteem. Ze integreren de Yin- en Yang-stromen in het gehele lichaam en ontsluiten zo een dieper niveau van balans en heelwording.
2. Een heuristisch-interpretatief driefasenmodel voor de Buitengewone Meridianen in Shiatsu
2.1 De ontmoeting als bedding voor transformatie
Voordat we naar de fasen van het model kijken, wil ik stilstaan bij de essentie van de transformatieprocessen die we als mensen allemaal doorlopen. In mijn visie is het belangrijkste fundament van een Shiatsu-sessie niet de techniek of theoretische kennis op zich, maar de capaciteit van de beoefenaar om een holding field te creëren. Dit is een veilige ruimte waar de cliënt eenvoudigweg mag zijn. Een plek waar men zich aanvaard weet en zich in de diepste kern met compassie begrepen voelt.
Ik zie Shiatsu dan ook minder als een interventie die een expert verricht, maar eerder als een ontmoeting die voortvloeit uit een gelijkwaardige verbondenheid van mens tot mens. Vanuit die verbinding wordt de cliënt ondersteund om zijn eigen weg te (her)vinden, op zoek te gaan naar innerlijke en externe resources en zich opnieuw te positioneren in de wereld, in lijn met de zielsmissie.
Binnen dit veld van aanwezigheid maakt de Shiatsu-beoefenaar gebruik van zijn stielkennis. De keuze uit het repertoire van technieken en acupunten, en het timbre van de eigen bezieling, beschouw ik als het kiezen van de juiste partituur. Tijdens een sessie ontvouwt zich spontaan de melodie — soms als een zorgvuldige compositie, vaker als een vrije improvisatie in de cadens van het moment. De Buitengewone Meridianen vormen hierin de diepe grondtoon die deze beweging draagt.
2.2 Conceptuele positionering van het model
Binnen de taoïstische interne alchemie (Neidan) worden de Buitengewone Meridianen begrepen als diepe reservoirs van energie binnen een breder proces van transformatie. Hoewel deze traditie eerder een pad van innerlijke beoefening schetst dan directe klinische protocollen, biedt de alchemistische transformatie van Jing via Qi naar Shen een waardevol conceptueel kader voor de hedendaagse Shiatsu-praktijk:
“La plupart des méthodes taoïstes d’alchimie interne étant appuyées sur les transformations de l’Essence en Énergie, de l’Énergie en Esprit et de l’Esprit en Vide, les Merveilleux Vaisseaux sont à la racine de tout le processus d’auto-transformation.”
— Amaël Ferrando, 2022

In dit artikel wordt een heuristisch-interpretatief driefasenmodel geïntroduceerd — bestaande uit stabilisatie, transformatie en integratie — als kader voor het begeleiden van diepe transformatieprocessen via de Buitengewone Meridianen. Dit model bevindt zich in een verkennende fase en resoneert met zowel klassieke oosterse denkmodellen als moderne trauma-geïnformeerde benaderingen; het dient nadrukkelijk als ontdekkingskader en niet als een rigide protocol.
Hoewel de parallellen met moderne somatische benaderingen interpretatief zijn, kunnen zij een vruchtbare dialoog openen tussen klassieke energetische modellen en hedendaagse somatische benaderingen. Het doel is hierbij niet om historische of wetenschappelijke equivalenties vast te stellen, maar om een reflectiekader aan te bieden dat de ervaringsgerichte dimensies van Shiatsu kan verdiepen.
2.3 Het driefasenmodel: stabilisatie — transformatie — integratie
2.3.1 Fase 1: Stabilisatie en oriëntatie (Yin en Yang Qiao Mai)
In deze fase ligt de focus op het versterken of herstellen van een lichamelijke bedding. Klassiek worden de Yin en Yang Qiao Mai geassocieerd met houding, evenwicht en de regulatie van Yin en Yang (Giovanni Maciocia, 2006; Ann Cecil-Sterman, 2013).
In het hier voorgestelde model vertalen we deze klassieke functies naar moderne concepten als proprioceptie en zintuiglijke oriëntatie. Hierbij fungeren de Qiao Mai als energetisch fundament voor belichaming: het vermogen van de cliënt om zichzelf veilig waar te nemen in relatie tot de omgeving.
Deze stabiliserende functie wordt traditioneel benaderd via de openingspunten KI6 (Zhaohai — ‘Schijnende Zee’) en BL62 (Shenmai — ‘Verlengde Meridiaan’), gelegen ter hoogte van de enkels. In de praktijk kan KI6 worden ervaren als ondersteunend voor rust, interne verankering en Yin-regulatie, terwijl BL62 eerder wordt geassocieerd met externe oriëntatie, beweging en Yang-activatie. Samen vormen zij een dynamische polariteit tussen rust en activatie, en tussen binnen- en buitenwereld.
De Yin en Yang Qiao Mai ontmoeten elkaar klassiek bij BL1 (Jingming — ‘Helder Licht’), een punt dat wordt verbonden met de ogen en de helderheid van waarneming. In hedendaagse somatische benaderingen kan deze relatie symbolisch worden gelezen als een verbinding tussen visuele oriëntatie, aandacht en regulatie van activatie en alertheid. Dit vertoont parallellen met het begrip ‘oriëntatie’ binnen trauma-geïnformeerde modellen zoals het NeuroAffective Relational Model (NARM) van Laurence Heller en Aline LaPierre (2012), waarin veilige sensorische oriëntatie op de omgeving een belangrijke rol speelt in het reguleren van de neiging tot dissociatie — het verlies van contact met de directe lichamelijke ervaring.
De Qiao Mai vormen zo de eerste stap: een fundament van veiligheid en aanwezigheid. Vanuit deze stabiele basis kan het systeem zich opnieuw gaan organiseren, wat de weg vrijmaakt voor de verdere groei en diepe transformatie.
2.3.2 Fase 2: Structurele organisatie en transformatie (Dai, Ren, Du en Chong Mai)
Wanneer er voldoende rust en basisveiligheid is hersteld via de Qiao Mai, krijgt het lichaam de kans om op een dieper niveau patronen los te laten. Vanuit die stabiliteit kan het systeem de overstap maken naar de diepere constitutionele laag.
De Dai Mai als dynamische container
Voordat we de centrale vaten (Ren, Du en Chong Mai) aanspreken, richten we ons tot de Dai Mai, die geopend wordt via GB41 (Zulinqi — ‘Voet-Tranen-Bedwingend’). Als de enige horizontale meridiaan in het lichaam verbindt zij de boven- en onderhelft en organiseert zij de energetische ruimte. In dit model fungeert de Dai Mai als een veilige ‘container’. Dit principe resoneert met de inzichten van Peter Levine, die beschrijft hoe het lichaam een veilige fysiologische bedding nodig heeft om diep opgeslagen spanning te kunnen integreren:
“A resilient ‘container’ is built by creating a body-based sense of self that is capable of containing and ‘holding’ intense sensations and emotions without being overwhelmed.”
— Peter Levine, 2010
Binnen dit heuristische kader kan de Dai Mai gericht worden ingezet om structuur, ruimte en cohesie binnen het systeem te ondersteunen. Voor de diepere betekenis van de acupunten op deze meridiaan baseer ik me op de interpretaties van Debra Kaatz (2023), die de Dai Mai beschrijft als een dynamische as die helpt bij het centreren, ruimte geven en binden van ervaringen. Dit kan klinisch vertaald worden naar drie complementaire functies, geïnspireerd door Levine’s concept van een resilient container: het lichaam krijgt een veilige basis om intensiteit te dragen, terwijl het zich flexibel kan bewegen en georganiseerd blijft.
- Structuur en centrering: wanneer een cliënt zich ongegrond, versnipperd of uit balans voelt, kan de Dai Mai helpen om opnieuw een gevoel van verticale organisatie en lichamelijke bedding te ondersteunen. GB26 (Daimai — ‘Gordelvat’) wordt in dit model benaderd als het centrale punt dat centrering, grounding en structurele samenhang ondersteunt (Kaatz). Dit correspondeert met Levine’s idee dat een coherente, georganiseerde container het systeem helpt de ervaringen te integreren.
- Ruimte en beweeglijkheid: wanneer een cliënt vastzit in interne spanning, rigiditeit of moeite ervaart om mee te bewegen met veranderende omstandigheden, kan de Dai Mai opnieuw ruimte en flexibiliteit laten ontstaan. GB27 (Wushu — ‘Vijf Spillen’) ondersteunt het soepel bewegen met lichamelijke, emotionele en cyclische processen. Nadia Volf (2020) koppelt de Vijf Spillen aan vijf spiergroepen of pezen rond het bekken, die het lichaam recht houden zoals een boom. Zoals de stam en takken van een boom, zorgen deze pezen voor structuur én flexibiliteit, waardoor het lichaam zich kan aanpassen zonder spanning vast te houden. Dit sluit aan bij Levine’s idee van een container die voldoende ruimte laat om sensaties en bewegingen te ervaren.
- Cohesie, binding en begrenzing: wanneer ervaringen, emoties of innerlijke processen gefragmenteerd aanvoelen, kan de Dai Mai bijdragen aan het bijeenhouden van verschillende lagen van de ervaring tot een coherent geheel. GB28 (Weidao — ‘Verbindend Pad’) ondersteunt het vermogen om aspecten van de ervaring met elkaar te verbinden, een gevoel van innerlijke samenhang en binding te bevorderen (Kaatz), en biedt tegelijkertijd een natuurlijke begrenzing, zodat de cliënt de integratie kan dragen zonder overweldigd te worden. Dit vertoont parallellen met Levine’s nadruk op een veilige container die zowel beschermt als ondersteunt.
De rol van de Dai Mai is dynamisch: zij is niet alleen de veilige container aan het begin, maar kan tijdens de diepe transformatie in de andere centrale vaten opnieuw worden aangeroepen als energetisch anker om de ervaring te ’titreren’ en te integreren.
De centrale vaten: De kern van transformatie
Vanuit deze veilige begrenzing ontvouwt zich de werking van de Ren, Du en Chong Mai. Hier raken we de vitale kern van het systeem: de diepe dynamieken waar wezenlijke verandering zich voltrekt. Op dit niveau kan de beoefenaar een gerichte keuze maken voor de meridiaan die het meest resoneert met het persoonlijke thema van de cliënt:
- Ren Mai — LU7 (Lieque — ‘Onderbroken Reeks’): Focus op zelfzorg, voeding en de verbinding met de innerlijke wereld.
- Du Mai — SI3 (Houxi — ‘Achterste Beek’): Focus op autonomie, de eigen koers varen en de kracht om rechtop in de wereld te staan.
- Chong Mai — SP4 (Gongsun — ‘Grootvader-Kleinzoon’): Focus op de vitale oorsprong, de blauwdruk van het zijn en het transformeren van diep gewortelde constitutionele thema’s.
Samen vormen deze vier primaire vaten (Dai, Ren, Du en Chong Mai) een structureel kader waarin de cliënt niet alleen energetische ondersteuning ervaart, maar waarin de ruimte wordt gefaciliteerd voor een fundamentele heroriëntatie van het hele wezen.
2.3.3 Fase 3: Integratie en coherentie (Yin en Yang Wei Mai)
De Yin en Yang Wei Mai fungeren als verbindende kanalen die het systeem tot een coherent geheel smeden (Giovanni Maciocia, 2006; Ann Cecil-Sterman, 2013). In de laatste fase van dit model ondersteunen zij de integratie van het innerlijke proces van de cliënt. Zij helpen ervoor te zorgen dat wat tijdens de sessie in beweging is gebracht, een blijvende plaats krijgt in het dagelijks functioneren:
- Yin Wei Mai — PC6 (Neiguan — ‘Innerlijke Poort’): Dit punt opent het vat dat de Yin-meridianen onderling verbindt. Hoewel de Yin Wei Mai vaak wordt geassocieerd met de toegang tot de binnenwereld, vervult zij in dit model een cruciale rol in de integratie: zij helpt om de opgedane inzichten en de diepe transformatie uit de centrale vaten te verankeren in de structuur van het hart en het zelfbeeld.
- Yang Wei Mai — SJ5 (Waiguan — ‘Buitenwaartse Poort’): Dit punt opent het vat dat de Yang-meridianen verbindt. Het ondersteunt de cliënt om de nieuwe energetische balans mee te nemen naar buiten, in de interactie met de omgeving en de eisen van alledag.
Samen vormen de Wei Mai de noodzakelijke brug vanuit de praktijkkamer terug naar de realiteit van het leven, waardoor de transformatie uit Fase 2 niet slechts een tijdelijke ervaring blijft, maar een duurzame verandering wordt.
2.4 Kadering van het model
Dit driefasenmodel wordt aangeboden als een uitbreiding op bestaande klinische toepassingsmodellen voor de Shiatsu-beoefenaar. Het biedt een bredere kijk op de mogelijke sequentie waarin de Buitengewone Meridianen binnen een sessie kunnen worden toegepast. De praktijk vraagt steeds om flexibiliteit en afstemming op de unieke noden van de cliënt: binnen elke context kan de sequentie worden aangepast en kunnen verschillende Buitengewone Meridianen prioriteit krijgen.
Zo wordt in de context van zwangerschapsbegeleiding (Suzanne Yates, 2003) vaak de Chong Mai vroeg in het proces benadrukt vanwege haar sterke constitutionele en ontwikkelingsgerichte rol, terwijl in andere contexten binnen de Shiatsu-praktijk andere Buitengewone Meridianen meer op de voorgrond kunnen treden.
Slotbeschouwing als interlude op de Dans van Qi
Dit eerste deel heeft de historische en theoretische fundamenten van de Buitengewone Meridianen verkend en een heuristisch-interpretatief model geïntroduceerd voor hun toepassing in Shiatsu.
In Deel 2 verschuift de focus van concept en structuur naar ervaring en beweging. De Buitengewone Meridianen worden daar benaderd als een choreografisch veld van Qi, waarin de Yin en Yang Qiao Mai verschijnen als een danspaar binnen een levende dynamiek van energie.
Geraadpleegde literatuur & bronnen
Klassieke Teksten
- Li Shizhen. Qi Jing Ba Mai Kao (Studie van de Acht Buitengewone Meridianen). Ming-dynastie.
- Huangdi Neijing (De Innerlijke Klassieker van de Gele Keizer): Suwen & Ling Shu.
- Nan Jing (De Klassieker van de 81 Moeilijke Vraagstukken).
Moderne Literatuur (Shiatsu & Acupunctuur)
- Cecil-Sterman, A. (2013). Advanced Acupuncture: A Clinic Manual. Classical Wellness Press.
- Ferrando, A. (2022). Les Merveilleux Vaisseaux: Manuel de pratique clinique. Éditions Quintessence.
- Kaatz, D. (2023). Acupuncture Meditations: I Ching Transformations. Healing Arts Press.
- Maciocia, G. (2006). The Channels of Acupuncture. Churchill Livingstone.
- Volf, N. (2020). La Symphonie des Méridiens du Corps. Éditions de l’Observatoire.
- Yates, S. (2003). Shiatsu for Midwives. Elsevier Health Sciences.
Somatische & Psychologische Bronnen
- Heller, L., & LaPierre, A. (2012). Healing Developmental Trauma (NARM). North Atlantic Books.
- Levine, P. A. (2010). In an Unspoken Voice: How the Body Releases Trauma and Restores Goodness. North Atlantic Books.
- Roth, G. (1989). Maps to Ecstasy: Teachings of an Urban Shaman. New World Library.
Lees hier Deel 2, “De dans van Qi als spiegel voor de Shiatsu-beoefenaar”, waar we de buitengewone meridianen verkennen als een levende choreografie binnen Shiatsu.