Deze websiteversie is een uitgebreide en grondig herziene editie van het artikel dat oorspronkelijk verscheen in het Shiatsu Society Journal in het voorjaar van 2026. Ze bevat onder meer een nieuw conceptueel klinisch model. Lees je liever de oorspronkelijke versie? Raadpleeg hier gratis de originele publicatie in pdf-formaat of lees ze als betalende abonnee op de Substack van het Shiatsu Society Journal.
Introductie
Toen ik mijn Shiatsu-opleiding begon, bleek het waarnemen van ‘energie’ soms moeilijk te duiden. Hoe kan men iets ervaren dat niet zichtbaar of tastbaar is?
Een uitspraak van Gabrielle Roth, oprichtster van de 5Rhythms-beweging, werd voor mij een bron van inspiratie:
Energy moves in waves. Waves move in patterns. Patterns move in rhythms. A human being is just that: energy, waves, patterns, rhythms. Nothing more. Nothing less… A dance.
— Gabrielle Roth, 1989
Hoe stroomt energie door het lichaam? Welke verborgen paden verbinden lichaam en geest?
Dit eerste deel neemt de lezer mee op een fascinerende ontdekkingsreis langs de acht Buitengewone Meridianen (Qi Jing Ba Mai, 奇經八脈) — ook wel ‘wondermeridianen’ of simpelweg ‘vaten’ genoemd. We verkennen hun historische wortels en theoretische grondslagen, van de vroegste klassieke teksten tot de diepe alchemistische tradities.
Op basis van dit fundament introduceer ik een conceptueel klinisch model: een heuristisch driefasenmodel dat fungeert als werk- en reflectiekader voor de moderne Shiatsu-beoefenaar. Hoewel dit model diep geworteld is in mijn eigen levenservaring, persoonlijke groei en transformaties op de futon, bevindt het zich nog in een verkennende fase: het biedt een heldere methodiek om de diepe, vaak abstracte werking van deze meridianen te vertalen naar de dagelijkse realiteit van de Shiatsu-praktijk.
Dit is echter slechts de eerste stap. In het tweede deel van dit artikel brengen we deze theoretische bouwstenen tot leven in een evocatieve ‘Dans van Qi’, waarin de Buitengewone Meridianen hun choreografie onthullen en energie tastbaar wordt.
1. Historische en theoretische grondslagen van de Buitengewone Meridianen
1.1 De lange reis van de Buitengewone Meridianen: een historisch overzicht
Een aantal van de Buitengewone Meridianen (met name de Ren, Du en Chong Mai) wordt reeds vermeld in de Huangdi Neijing (Innerlijke Klassieker van de Gele Keizer), samengesteld tussen de tweede eeuw v.Chr. en de tweede eeuw n.Chr. Hoewel de tekst ook kortere, gefragmenteerde verwijzingen bevat naar de Dai Mai en de Yin- en Yang Qiao Mai, ontbreken de Yin- en Yang Wei Mai hier nog nagenoeg volledig. Binnen dit corpus biedt de Suwen (Basisvragen) de theoretische grondslagen, waarin de genoemde Buitengewone Meridianen gekoppeld worden aan de menselijke levenscyclus en reproductie. De Ling Shu (Spirituele Spil) bespreekt daarnaast het verloop van deze Buitengewone Meridianen, hun energetische functies en de toepassing van acupunctuurpunten.
Deze teksten bevatten echter eerder vroege verwijzingen dan een uitgewerkte theorie van de Buitengewone Meridianen. Later verduidelijkte de Nan Jing (Klassieker van de Moeilijkheden), traditioneel gedateerd in de eerste of tweede eeuw n.Chr., deze vaak cryptische passages door onder meer de relaties tussen meridianen, Qi en diagnostische patronen te systematiseren en de Buitengewone Meridianen te ordenen binnen een samenhangend kader.
Parallel hieraan ontwikkelde zich de daoïstische externe alchemie (Waidan), die een kosmologisch en energetisch kader voortbracht waaruit later mede de interne alchemie (Neidan) ontstond. Vanaf de Song-periode (ongeveer de tiende eeuw) kregen de Buitengewone Meridianen binnen de Neidan een prominentere symbolische en energetische betekenis als verbinding tussen lichaam en geest. Deze visie wordt duidelijk geïllustreerd in de Neijing Tu (Diagram van het Innerlijke Landschap). Hoewel de bekendste versie van dit diagram uit de negentiende eeuw dateert, vormt het een visuele synthese van vroegere Neidan-concepten rond interne energiecirculatie, waarin onder meer de Buitengewone Meridianen Ren en Du Mai — en in mindere mate Chong en Dai Mai — symbolisch kunnen worden herkend via hun trajecten en onderlinge verbindingen.

Tijdens de Ming-dynastie verwerkte en systematiseerde Li Shizhen de theorie van de Acht Buitengewone Meridianen in de Qi Jing Ba Mai Kao (Studie van de Acht Buitengewone Meridianen). Kort daarna versterkte de Zhenjiu Dacheng (Grote Compendium van Acupunctuur en Moxibustie, 1601) de positie van de Buitengewone Meridianen binnen het systeem van meridianen.
1.2 De Buitengewone Meridianen: diepe reservoirs van Qi
Binnen de klassieke Chinese medische theorie functioneren de acht Buitengewone Meridianen als diepe reservoirs of ‘meren’ van Qi, nauw verbonden met Jing. Ze absorberen en herverdelen tekorten of overschotten die ontstaan in de stromende rivieren van de twaalf primaire meridianen, en behouden zo de balans in het gehele energetische systeem.
Met uitzondering van de Ren Mai en Du Mai beschikken de Buitengewone Meridianen niet over een eigen, onafhankelijke reeks acupunten; zij ‘lenen’ punten op de kruisingen van hun banen met de primaire meridianen. In de praktijk worden deze banen geopend en geactiveerd via specifieke openings- en koppelpunten op de primaire meridianen.
Hoewel klassieke teksten vaak een eenrichtingsstroom beschrijven, gaat men in de klinische en ervaringsgerichte praktijk ervan uit dat Qi binnen deze diepe kanalen in beide richtingen kan bewegen, afhankelijk van de benodigde regulatie.
Klassieke bronnen verbinden de Buitengewone Meridianen met de Buitengewone Fu (Curieuze Organen) en met belangrijke levensfasen zoals groei, volwassenwording en veroudering. Ze worden ook gezien als ondersteunend voor de constitutionele laag: het onderliggende patroon dat mede bepaalt hoe iemand functioneert, reageert en herstelt.
1.3 Het ontvouwende lichaam: Buitengewone Meridianen als blauwdruk vanaf de conceptie
Binnen de klassieke Chinese medische embryologie zijn de Buitengewone Meridianen de eerste energetische structuren die zich vormen tijdens de conceptie en de embryonale ontwikkeling. Ze ontstaan vóór de twaalf primaire meridianen en leggen een blauwdruk vast die de groei en ontwikkeling ondersteunt.
Hoewel er geen universele volgorde bestaat in alle klassieke teksten, is de meest algemeen aanvaarde traditionele volgorde — volgens bronnen zoals de Nan Jing, Ling Shu en klassieke embryologische modellen — als volgt.
De eerste meridiaan die ontstaat is de Chong Mai, de centrale as van het embryo. Deze ontstaat uit de gecombineerde Jing van beide ouders en vormt de ‘Zee van Bloed en Meridianen’, waaruit alle andere meridianen voortkomen.
Vanuit de Chong Mai ontwikkelt de Ren Mai zich als de voorste middenlijn, die het Yin, de belichaming en de voortplanting reguleert. De Du Mai vormt de achterste middenlijn en ondersteunt het Yang, de richtinggeving en het zenuwstelsel. Samen vormen deze drie de fundamentele structuur van het lichaam.
Vervolgens ontstaat de Dai Mai als de enige horizontale meridiaan, die het boven- en onderlichaam verbindt en stabiliseert. Daarna volgen de Yin Qiao Mai en Yang Qiao Mai, die beweging, balans en oogfunctie reguleren, en ten slotte de Yin Wei Mai en Yang Wei Mai, die alle meridianen met elkaar verbinden en het volledige energetische systeem integreren.
Op deze manier vormen de Buitengewone Meridianen een verfijnd netwerk: kernlijnen voor groei, een horizontale stabiliserende as, dynamische paden voor balans en verbindende lijnen voor samenhang. Ze tonen hoe het lichaam energetisch georganiseerd is in een vroeg stadium, nog voordat fysieke structuren volledig gevormd zijn, en bieden inzicht in de subtiele maar essentiële lagen van menselijke ontwikkeling.
1.4 De Buitengewone Meridianen in de Shiatsu-praktijk
In de Shiatsu-praktijk worden de Buitengewone Meridianen vaak aangesproken wanneer een energetisch patroon dieper ligt dan wat direct via de primaire meridianen beïnvloed kan worden, en wanneer dus regulatie op een fundamenteler niveau nodig is.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn tijdens hormonale overgangen (zoals puberteit of menopauze), bij het werken aan veerkracht of zintuiglijke helderheid, of wanneer er gezocht wordt naar een grotere harmonie tussen lichaam en geest.
De acht Buitengewone Meridianen kunnen op verschillende manieren gestimuleerd worden. Acupunctuur, Shiatsu en Tuina werken allemaal via de specifieke openings-, koppel- en kruispunten van de meridianen. Zo is SP4 (Gongsun — ‘Grootvader-Kleinzoon’) het openingspunt van de Chong Mai. Waar acupunctuur zich specifiek richt op naaldvoering, combineren manuele vormen zoals Shiatsu en Tuina het behandelen van deze acupunten met zachte druk, mobilisaties en stretches. Op die manier helpen ze blokkades op te heffen en herstellen ze de balans bij tekorten of overschotten in de primaire meridianen.
Energetische praktijken zoals Qi Gong, Neigong en Daoyin activeren deze meridianen via ademhaling, beweging en visualisatie, en ondersteunen zo de zelfregulatie van Qi.
Of het nu via fysieke aanraking of bewuste beoefening is: de Buitengewone Meridianen fungeren als een overkoepelend energetisch coördinatiesysteem. Ze integreren de Yin- en Yang-stromen in het gehele lichaam en ontsluiten zo een dieper niveau van balans en heelwording.
2. Een heuristisch-interpretatief driefasenmodel voor de Buitengewone Meridianen in Shiatsu
2.1 De ontmoeting als bedding voor transformatie
Voordat we naar de fasen van het model kijken, wil ik stilstaan bij de essentie van de transformatieprocessen die we als mensen allemaal doorlopen. In mijn visie is het belangrijkste fundament van een Shiatsu-sessie niet de techniek of theoretische kennis op zich, maar de capaciteit van de beoefenaar om een holding field te creëren. Dit is een veilige ruimte waar de cliënt eenvoudigweg mag zijn. Een plek waar men zich aanvaard weet en zich in de diepste kern met compassie begrepen voelt.
Ik zie Shiatsu dan ook minder als een interventie die een expert verricht, maar eerder als een ontmoeting die voortvloeit uit een gelijkwaardige verbondenheid van mens tot mens. Vanuit die verbinding wordt de cliënt ondersteund om zijn eigen weg te hervinden, op zoek te gaan naar innerlijke en externe resources en zich opnieuw te positioneren in de wereld, in lijn met de zielsmissie.
Binnen dit veld van aanwezigheid maakt de Shiatsu-beoefenaar gebruik van zijn vakmanschap en het timbre van de eigen bezieling. De keuze uit het repertoire van technieken, meridianen en acupunten beschouw ik als het kiezen van een passende partituur. Tijdens een sessie ontvouwt zich de melodie — soms als een zorgvuldige compositie, vaker als een vrije improvisatie in de cadans van het moment. De Buitengewone Meridianen vormen hierin de diepe grondtoon die het transformatieproces draagt.
2.2 Conceptuele positionering van het model
Binnen de daoïstische interne alchemie (Neidan) worden de Buitengewone Meridianen begrepen als diepe reservoirs van energie binnen een breder proces van transformatie. Hoewel deze traditie eerder een pad van innerlijke beoefening schetst dan directe klinische protocollen, biedt de alchemistische transformatie van Jing via Qi naar Shen een waardevol conceptueel kader voor de hedendaagse Shiatsu-praktijk:
La plupart des méthodes taoïstes d’alchimie interne étant appuyées sur les transformations de l’Essence en Énergie, de l’Énergie en Esprit et de l’Esprit en Vide, les Merveilleux Vaisseaux sont à la racine de tout le processus d’auto-transformation.
— Amaël Ferrando, 2022

In dit artikel wordt een heuristisch-interpretatief driefasenmodel geïntroduceerd — bestaande uit stabilisatie, transformatie en integratie — als kader voor het begeleiden van diepe transformatieprocessen via de Buitengewone Meridianen. Dit model bevindt zich in een verkennende fase en resoneert met zowel klassieke oosterse denkmodellen als moderne trauma-geïnformeerde benaderingen; het dient nadrukkelijk als ontdekkingskader en niet als een rigide protocol.
Hoewel de parallellen met moderne somatische benaderingen interpretatief zijn, kunnen zij een vruchtbare dialoog openen tussen klassieke energetische modellen en hedendaagse somatische benaderingen. Het doel is hierbij niet om historische of wetenschappelijke equivalenties vast te stellen, maar om een reflectiekader aan te bieden dat de ervaringsgerichte dimensies van Shiatsu kan verdiepen.
2.3 Het driefasenmodel: stabilisatie — transformatie — integratie
2.3.1 Fase 1: Stabilisatie en oriëntatie (Yin en Yang Qiao Mai)
De eerste fase van dit model richt zich op stabilisatie: het cultiveren van lichamelijke veiligheid, aanwezigheid en innerlijke bedding. In hedendaagse somatische kaders wordt deze fase beschreven met begrippen zoals lichaamsbewustzijn en sensorische oriëntatie.
Binnen trauma-geïnformeerde benaderingen zoals het NeuroAffective Relational Model (NARM) van Laurence Heller en Aline LaPierre (2012) krijgt sensorische oriëntatie een specifieke invulling: het ondersteunt de regulatie en aanwezigheid, namelijk het vermogen om via waarneming contact te houden met zowel het lichaam als de omgeving. Vooral visuele oriëntatie speelt hierbij een belangrijke rol, omdat het zenuwstelsel zich via de blik kan heroriënteren in het hier-en-nu. Dit voorkomt overweldiging en houdt de cliënt verankerd in de directe ervaring.
Binnen de klassieke Chinese geneeskunde vinden we een sterk verwant perspectief terug in de Yin en Yang Qiao Mai, die traditioneel worden geassocieerd met houding, evenwicht en de regulatie van Yin en Yang (Maciocia, 2006; Cecil-Sterman, 2013). Vanuit dit klassieke perspectief ondersteunen deze meridianen het vermogen om lichamelijk aanwezig te zijn, terwijl ze tegelijk een veilige afstemming met de omgeving waarborgen.
Volgens de klassieke teksten ontmoeten de Yin en Yang Qiao Mai elkaar bij BL1 (Jingming — ‘Heldere Ogen’), een kruispunt dat verbonden wordt met de ogen en de helderheid van waarneming. In dit kruispunt komt de relatie tussen lichaam en omgeving samen via het zien. Dit resoneert op interessante wijze met moderne therapeutische interventies zoals Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR), ontwikkeld door Francine Shapiro (1989). Waar EMDR gerichte, bilaterale oogbewegingen inzet om het zenuwstelsel te helpen bij het desensibiliseren en verwerken van traumatische ervaringen, richten de Qiao Mai zich in deze eerste fase primair op de stabiliserende en oriënterende functie van de blik in het hier-en-nu.
Vanuit dezelfde dynamiek kunnen KI6 (Zhaohai — ‘Schijnende Zee’) en BL62 (Shenmai — ‘Verlengde Meridiaan’) worden begrepen als een balans tussen interne verankering en externe oriëntatie; beide liggen ter hoogte van de enkels en functioneren als openingspunten van respectievelijk de Yin en Yang Qiao Mai. Waar KI6 vaak wordt ervaren als ondersteunend voor rust, verstilling en Yin-regulatie, hangt BL62 eerder samen met beweging, alertheid en Yang-activatie. Samen creëren zij een subtiel evenwicht tussen naar binnen keren en zich naar buiten richten.
Zo ontstaat een gedeelde onderstroom tussen oost en west: via sensorische oriëntatie vindt het zenuwstelsel stabiliteit in het hier-en-nu. In lijn met hedendaagse somatische benaderingen vormen de Yin en Yang Qiao Mai zo een fundamentele laag van belichaming, waarin veiligheid, aanwezigheid en regulatie elkaar onderling versterken. Vanuit dit fundament kan het hele systeem zich geleidelijk herorganiseren, wat ruimte geeft aan diepere integratie en transformatie.
2.3.2 Fase 2: Structurele reorganisatie en transformatie (Dai, Ren, Du en Chong Mai)
Wanneer er voldoende rust en basisveiligheid is hersteld via de Qiao Mai, krijgt het lichaam de kans om op een dieper niveau patronen los te laten. Vanuit die stabiliteit kan het systeem zich openen voor een diepere constitutionele laag.
De Dai Mai als dynamische container
Voordat we de centrale vaten Ren, Du en Chong Mai aanspreken, richten we ons tot de Dai Mai, die geopend wordt via GB41 (Zulinqi — ‘Voet-Tranen-Bedwingend’). Als de enige horizontale meridiaan in het lichaam, verbindt zij de boven- en onderhelft en organiseert zij de energetische ruimte. In dit model fungeert de Dai Mai als een veilige ‘container’. Deze aanpak resoneert met de inzichten van Peter Levine, die beschrijft hoe het lichaam een veilige fysiologische ‘container’ nodig heeft om diep opgeslagen spanning te kunnen integreren:
A resilient ‘container’ is built by creating a body-based sense of self that is capable of containing and ‘holding’ intense sensations and emotions without being overwhelmed.
— Peter Levine, 2010
Binnen dit heuristische kader kan de Dai Mai gericht ingezet worden om structuur, ruimte en cohesie binnen het systeem te ondersteunen. Voor de diepere betekenis van de acupunten op deze meridiaan baseer ik me op de interpretaties van Debra Kaatz (2020), die de energetica van deze zone beschrijft als een dynamische as die helpt bij het centreren, ruimte geven en samenhouden van ervaringen. Dit kan klinisch vertaald worden naar drie complementaire functies, geïnspireerd door Levine’s concept van een resilient container: het organisme krijgt een veilige basis om intensiteit te dragen, terwijl het zich flexibel kan bewegen en georganiseerd blijft.
- Structuur en centrering: wanneer een cliënt zich niet-geaard, versnipperd of uit balans voelt, kan de Dai Mai helpen om opnieuw een gevoel van verticale organisatie en lichamelijke bedding te ondersteunen. GB26 (Daimai — ‘Gordelvat’) wordt in dit model benaderd als het centrale punt dat centrering, gronding en structurele samenhang ondersteunt (Kaatz). Dit correspondeert met Levine’s concept van de ‘Sensation Vessel’: het vergroten van de fysiologische tolerantie voor ongemakkelijke fysieke sensaties zoals een snelle hartslag, druk op de borst of trillingen. Structurele samenhang biedt de nodige bedding om intense sensaties puur als fysieke feiten toe te laten, zonder dat dit direct wordt vertaald in een angstige mentale interpretatie.
- Ruimte en beweeglijkheid: wanneer een cliënt vastzit in interne spanning, rigiditeit of moeite ervaart om mee te bewegen met veranderende omstandigheden, kan de Dai Mai opnieuw ruimte en flexibiliteit laten ontstaan. GB27 (Wushu — ‘Vijf Spillen’) ondersteunt het soepel meebewegen met lichamelijke, emotionele en cyclische processen (Kaatz). Nadia Volf (2020) koppelt de Vijf Spillen aan vijf spiergroepen of pezen rond het bekken, die het lichaam als een boom recht houden. Deze pezen functioneren daarbij als stam en takken en bieden zowel structuur als flexibiliteit. Dit sluit aan bij Levine’s principe van titratie, waarbij spanning druppelgewijs wordt toegelaten en ontladen via natuurlijke pendulatie. Een veerkrachtige container is immers niet rigide; zij moet kunnen meebewegen en oscilleren tussen toestanden van trauma-activatie en herstel, zodat trauma-energie in behapbare hoeveelheden kan worden geïntegreerd zonder dat het systeem wordt overspoeld.
- Cohesie, binding en begrenzing: wanneer ervaringen, emoties of innerlijke processen gefragmenteerd aanvoelen, kan de Dai Mai bijdragen aan het verbinden van verschillende fysieke lagen van de ervaring tot een hechte en dragende structuur. GB28 (Weidao — ‘Verbindend Pad’) ondersteunt dit vermogen om aspecten van de ervaring met elkaar te verbinden, waardoor de fysiologische basis ontstaat voor een overkoepelende visie in lijn met ons levenspad (Kaatz). Tegelijk bevordert dit punt het nemen van heldere beslissingen en het stellen van duidelijke prioriteiten, en vormt zo een natuurlijke begrenzing. Dit correspondeert met Levine’s inzicht dat door een herstelde interne cohesie er aan de buitenkant een natuurlijke, fysieke begrenzing ontstaat: “hier stop ik, daar begint de buitenwereld”. Deze vorm van belichaming geeft het zenuwstelsel de veiligheid om de uiteindelijke integratie te dragen zonder overspoeld te worden.
De rol van de Dai Mai is dynamisch: zij is niet alleen de veilige container aan het begin van de sessie, maar kan tijdens diepe transformatiemomenten in de andere centrale vaten opnieuw worden aangeroepen als energetisch anker om de ervaring te ’titreren’ en nadien te integreren.

De Dai Mai als veerkrachtige container voor het zenuwstelsel binnen dit verkennende Shiatsu-model.
De centrale vaten: de kern van transformatie
Vanuit deze veilige begrenzing ontvouwt zich de werking van de centrale vaten Ren, Du en Chong Mai. Hier raken we de vitale kern van het systeem: de diepe dynamieken waar wezenlijke verandering zich voltrekt. Op dit niveau kan de beoefenaar via het openingspunt van de betreffende meridiaan aansluiten bij het centrale thema dat zich in de cliënt aandient:
- Ren Mai — LU7 (Lieque — ‘Onderbroken Reeks’): Focus op zelfzorg, voeding en het belichamen van onze innerlijke wijsheid.
- Du Mai — SI3 (Houxi — ‘Achterste Beek’): Focus op autonomie, de eigen koers varen en de kracht om rechtop in de wereld te staan.
- Chong Mai — SP4 (Gongsun — ‘Grootvader-Kleinzoon’): Focus op de vitale oorsprong, de blauwdruk van het zijn en het transformeren van diep gewortelde constitutionele thema’s.
Samen vormen deze vier primaire vaten Dai, Ren, Du en Chong Mai een structureel kader waarin de cliënt niet alleen energetische ondersteuning ervaart, maar waarin de ruimte wordt gefaciliteerd voor een fundamentele reorganisatie van het hele wezen.
2.3.3 Fase 3: Integratie en coherentie (Yin en Yang Wei Mai)
De Yin en Yang Wei Mai fungeren als verbindende kanalen die het systeem tot een coherent geheel smeden (Giovanni Maciocia, 2006; Ann Cecil-Sterman, 2013). In de laatste fase van dit model ondersteunen zij de integratie van het innerlijke proces van de cliënt. Zij helpen ervoor te zorgen dat wat tijdens de sessie in beweging is gebracht, duurzaam geïntegreerd wordt in het dagelijks functioneren:
- Yin Wei Mai — PC6 (Neiguan — ‘Innerlijke Poort’): Dit punt opent het verbindende kanaal tussen de Yin-meridianen. Hoewel de Yin Wei Mai vaak wordt geassocieerd met de toegang tot de binnenwereld, vervult zij in dit model een cruciale rol in de integratie: zij helpt om de opgedane inzichten en de diepe transformatie uit de centrale vaten te verweven met de structuur van het hart en het zelfbeeld.
- Yang Wei Mai — SJ5 (Waiguan — ‘Buitenwaartse Poort’): Dit punt opent het verbindende kanaal tussen de Yang-meridianen. Het ondersteunt de cliënt om de nieuwe energetische balans mee te nemen naar buiten, in de interactie met de omgeving en de eisen van alledag.
Samen vormen de Wei Mai de noodzakelijke brug vanuit de praktijkkamer terug naar de realiteit van het leven, waardoor de transformatie uit Fase 2 niet slechts een tijdelijke ervaring blijft, maar een duurzame verandering wordt.

Een heuristisch driefasenmodel voor het werken met de Buitengewone Meridianen in Shiatsu: stabilisatie, transformatie en integratie.
2.4 Kadering van het model
Dit driefasenmodel wordt aangeboden als een uitbreiding op bestaande klinische toepassingsmodellen voor de Shiatsu-beoefenaar. Het biedt een bredere kijk op de mogelijke sequentie waarin de Buitengewone Meridianen binnen een sessie kunnen worden toegepast.
Binnen dit model worden bewust slechts enkele fundamentele basis- en openingspunten besproken om de kerndynamiek van elke fase te illustreren. Het is nadrukkelijk aan de expertise, klinische intuïtie en ervaring van de Shiatsu-beoefenaar overgelaten om dit raamwerk naar eigen inzicht in te vullen en andere specifieke punten of trajecten van de Buitengewone Meridianen aan de sessie toe te voegen. De praktijk vraagt immers steeds om flexibiliteit en afstemming op de unieke noden van de cliënt.
Ook kan binnen elke context de sequentie worden aangepast en kunnen verschillende Buitengewone Meridianen prioriteit krijgen. Zo wordt in de context van zwangerschapsbegeleiding (Suzanne Yates, 2003) vaak de Chong Mai vroeg in het proces benadrukt vanwege haar sterke constitutionele en ontwikkelingsgerichte rol, terwijl in andere contexten binnen de Shiatsu-praktijk andere Buitengewone Meridianen sterker op de voorgrond kunnen treden.
Slotbeschouwing als interlude op de Dans van Qi
Dit eerste deel heeft de historische en theoretische fundamenten van de Buitengewone Meridianen verkend en een heuristisch-interpretatief model geïntroduceerd voor hun toepassing in Shiatsu.
In Deel 2 verschuift de focus van concept en structuur naar ervaring en beweging. De Buitengewone Meridianen worden daar benaderd als een choreografisch veld van Qi, waarin de Yin en Yang Qiao Mai verschijnen als een danspaar binnen een levende dynamiek van energie.
Geraadpleegde literatuur & bronnen
Klassieke Teksten
- Li Shizhen. Qi Jing Ba Mai Kao (Studie van de Acht Buitengewone Meridianen). Ming-dynastie.
- Huangdi Neijing (Innerlijke Klassieker van de Gele Keizer): Suwen & Ling Shu.
- Nan Jing (Klassieker van de Moeilijkheden).
Moderne Literatuur (Shiatsu & Acupunctuur)
- Cecil-Sterman, A. (2013). Advanced Acupuncture: A Clinic Manual. Classical Wellness Press.
- Ferrando, A. (2022). Les Merveilleux Vaisseaux: Manuel de pratique clinique. Éditions Quintessence.
- Kaatz, D. (2020). The Art of Spiritual Acupuncture: Sacral-Cranial Touch, Plant Spirits, and the Cosmos. Petite Bergerie Press.
- Maciocia, G. (2006). The Channels of Acupuncture. Churchill Livingstone.
- Volf, N. (2020). La Symphonie des Méridiens du Corps. Éditions de l’Observatoire.
- Yates, S. (2003). Shiatsu for Midwives. Elsevier Health Sciences.
Somatische & Psychologische Bronnen
- Heller, L., & LaPierre, A. (2012). Healing Developmental Trauma (NARM). North Atlantic Books.
- Levine, P. A. (2010). In an Unspoken Voice: How the Body Releases Trauma and Restores Goodness. North Atlantic Books.
- Roth, G. (1989). Maps to Ecstasy: Teachings of an Urban Shaman. New World Library.
- Shapiro, F. (1989). Efficacy of the eye movement desensitization procedure in the treatment of traumatic memories. Journal of Traumatic Stress, 2(2), 199-223.
Lees hier Deel 2, “De dans van Qi als spiegel voor de Shiatsu-beoefenaar”, waar we de Buitengewone Meridianen verkennen als een levende choreografie binnen Shiatsu.